ECLI:NL:HR:2012:BU8935
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat gemeentelijke 55+regeling geen VUT-regeling is voor loonbelasting
Belanghebbende, een gemeente, heeft in juni 2007 loonbelasting en premie volksverzekeringen betaald over een 55+regeling die onderdeel is van haar reorganisatiebeleid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze heffing ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de regeling als een VUT-regeling moet worden aangemerkt en dat de overgangsregeling niet van toepassing was.
In cassatie stelde de Advocaat-Generaal dat de 55+regeling geen VUT-regeling is wanneer het ontslag voortvloeit uit een reorganisatie, tenzij de inspecteur bewijst dat alle oudere werknemers worden ontslagen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de regeling wel degelijk als een regeling voor vervroegde uittreding moet worden beschouwd volgens de wettelijke definitie.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de 55+regeling niet voldoet aan het overgangsrecht van artikel 38c, lid 2, Wet LB 1964, omdat de regeling uitkeringen vanaf 55 jaar biedt die afwijken van wat maatschappelijk als redelijk wordt geacht. De rechtbank heeft daarbij terecht onderzoek naar gangbare regelingen en maatschappelijke opvattingen betrokken.
De Hoge Raad verwierp alle middelen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond, waarmee de eindheffing over de 55+regeling bevestigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de gemeentelijke 55+regeling geen VUT-regeling is, waardoor de eindheffing terecht is geheven.