ECLI:NL:HR:2012:BV5571
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering en oplichting bij Holland Casino Rotterdam
De verdachte werd door het hof bewezenverklaard van verduistering en oplichting van circa 40.550 euro bij Holland Casino Rotterdam in de periode september 2006 tot januari 2007. Hij zou samen met een medeverdachte listige kunstgrepen hebben toegepast, waaronder het niet geven van een sweep en inzetten na het vallen van het winnende nummer.
Het bewijs bestond uit politieprocessen-verbaal, verklaringen van betrokkenen, camerabeelden en de eigen verklaring van de verdachte. De medeverdachte verklaarde ter terechtzitting in hoger beroep, maar het hof gebruikte deze verklaring ook in de bewezenverklaring tegen verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een schriftelijk stuk van de medeverdachte geen cassatiegrond vormt, omdat de verklaring van de medeverdachte overeenkomt met die van verdachte zelf en de bewezenverklaring ook zonder deze verklaring toereikend is gemotiveerd.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De zaak betrof een complexe fraudezaak waarbij de verdachte zijn positie als dealer misbruikte om Holland Casino te benadelen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens verduistering en oplichting bij Holland Casino.