ECLI:NL:HR:2012:BW4156

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03978
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering schuldsanering wegens ontbreken goede trouw

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen dat gericht was tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het hof had de schuldsanering van eiser geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de vereiste goede trouw, zoals bedoeld in artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet.

Het geding in de feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het hof Amsterdam. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de weigering van schuldsanering op grond van het ontbreken van goede trouw en sluit aan bij de eerdere beslissingen van lagere instanties. Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en op 27 april 2012 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van schuldsanering wegens ontbreken van goede trouw wordt bevestigd.

Uitspraak

27 april 2012
Eerste Kamer
11/03978
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [eiser].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 486931/FT-RK 11.763 van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2011,
b. het arrest in de zaak 200.090.590/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2012.