ECLI:NL:HR:2012:BX5109
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof Arnhem wegens onjuiste toepassing Salduz-regelgeving
In deze zaak stond het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem centraal, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten van oplichting. Verdachte had verklaringen afgelegd voordat zij de gelegenheid had gehad een advocaat te raadplegen, wat volgens de Hoge Raad een vormverzuim oplevert op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering.
Het Hof Arnhem had vastgesteld dat sprake was van een vormverzuim, maar had dit niet correct beoordeeld door niet tot bewijsuitsluiting over te gaan. De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie van het EHRM en eerdere arresten (LJN BH3079 en BQ8907) dat in beginsel bewijsuitsluiting volgt bij het niet bieden van advocaatbijstand voorafgaand aan het eerste verhoor, tenzij sprake is van ondubbelzinnige afstand van dat recht of dwingende redenen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het verzuim ten onrechte niet heeft bestraft met bewijsuitsluiting en vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op de tenlasteleggingen 2 tot en met 6 en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege onjuiste toepassing van de Salduz-regelgeving.