ECLI:NL:HR:2012:BX8087
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest voorbedachte raad bij doodslag in Groningen
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor het met voorbedachte raad doden van het slachtoffer op 21 maart 2010 te Groningen. Het Hof had geoordeeld dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden tijdens het steken, ondanks het aangevoerde verweer dat verdachte een waas voor ogen had gehad.
De bewezenverklaring steunt op talrijke bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen die het langdurige en gewelddadige steken bevestigen, medische sectiegegevens die de doodsoorzaak door bloedverlies en letsels aantonen, en verhoren van verdachte zelf. Het Hof motiveerde dat de gelegenheid tot beraad ook tijdens het steken bestond, en dat dit voldoende was voor voorbedachte raad.
De Hoge Raad bevestigt dat het criterium van voldoende tijd voor beraad ook tijdens het toebrengen van de verwondingen kan worden aangenomen, maar oordeelt dat het Hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan mogelijke contra-indicaties zoals de vermeende waas bij verdachte. Hierdoor is de motivering ontoereikend.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op het bestaande dossier. De Hoge Raad benadrukt dat bij de vaststelling van voorbedachte raad strenge eisen aan de motivering moeten worden gesteld, zeker als deze niet rechtstreeks uit het bewijs volgt.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering over voorbedachte raad.