Conclusie
eerste middelhoudt in dat het Hof bij het bewezenverklaren van witwassen (feit 1 in zaak A (parketnummer 13-528193-08) niet heeft gekozen tussen “wist” en “redelijkerwijs had moeten vermoeden” doch beide heeft bewezenverklaard hoewel keuze tussen deze beide begrippen, gelet op het bepaalde in art. 420bis Sr (witwassen) en art. 420quater Sr (schuldwitwassen) voor de strafrechtelijke betekenis van het feit wel van belang is.
tweede middelbevat een drietal klachten over de bewijsvoering.
Eigenaar van de motorfietsen
derde middelhoudt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte de vindplaats van de motoren met de kentekens [AA-00-BB] en [EE-00-FF] opzettelijk heeft verhuld.
2.De gronden voor het voorstel nader beschouwd
3.Het bewijs van witwassen
vierde middelbevat twee klachten over het bewijs van het in zaak C bewezenverklaarde feit.
Waarde van de motorfietsen