Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 26 januari 2012, nr. 10/00660, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2001, mede vanwege aftrek van omzetbelasting op de aankoop van een jacht. De Rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het jacht niet was aangeschaft in het kader van de onderneming of economische activiteit, waardoor geen recht op aftrek bestond.
De Hoge Raad stelt dat het Hof onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd door incidentele activiteiten niet als economische activiteit te erkennen en dat het oordeel onvoldoende gemotiveerd is. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 29 november 2013 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor nadere beoordeling over aftrek omzetbelasting op jacht.