Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een 27-jarige verdachte die tussen augustus en november 2015 ontuchtige handelingen pleegde met een 13-jarig meisje, waaronder het betasten van haar borsten en het geven van een tongzoen. Het hof had deze gedragingen gekwalificeerd als seksueel binnendringen van het lichaam in de zin van artikel 245 Sr Pro.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het geven van een tongzoen niet kan worden aangemerkt als seksueel binnendringen. Het hof heeft het bewezenverklaarde ten onrechte zo gekwalificeerd. Daarom wordt het arrest vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en afdoening, waarbij het hof de juiste kwalificatie moet toepassen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een correcte juridische kwalificatie van bewezenverklaarde feiten, vooral bij delicten tegen de seksuele integriteit van minderjarigen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.