ECLI:NL:HR:2013:BZ3627
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over kwalificatie seksueel misbruik en dwingen door feitelijkheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor meermalig seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter in de periode van 1991 tot 1995. Het hof kwalificeerde de gedragingen als verkrachting en stelde dat sprake was van dwingen door een feitelijkheid in de zin van artikel 242 Sr Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat telkens sprake was van dwingen door een feitelijkheid. De enkele omstandigheid dat verdachte de vader is, is onvoldoende om dit aan te nemen, mede gelet op de zelfstandige strafbaarstelling van ontucht met minderjarigen in artikel 249 Sr Pro.
Verder stelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de tongzoen kwalificeerde als verkrachting, maar dat de overige bewezenverklaarde handelingen, zoals het binnendringen met vingers, wel als verkrachting kunnen worden aangemerkt omdat deze vergelijkbaar zijn met geslachtsgemeenschap qua ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring en strafoplegging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep.
De uitspraak is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president A.J.A. van Dorst op 12 maart 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting terug naar het hof.