Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1435

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2013
Publicatiedatum
27 november 2013
Zaaknummer
12/05062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 EVRMArt. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRMArt. 26 IVBPRArt. 14, lid 2, Wet BRV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen discriminatie bij tariefsverlaging overdrachtsbelasting voor onbebouwde grond

Belanghebbende had overdrachtsbelasting betaald over de verkrijging van een onroerende zaak en verzocht om teruggaaf op grond van een tariefsverlaging. De Inspecteur wees dit verzoek af en de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en verwijst naar een eerder arrest met nummer 12/05060 waarin de gronden voor afwijzing van de klachten zijn weergegeven. De Hoge Raad oordeelt dat de tariefsverlaging in de overdrachtsbelasting niet van toepassing is op grond waarop nog geen fundering is gelegd, en dat dit geen discriminatie oplevert in de zin van art. 14 EVRM Pro en andere relevante bepalingen.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank in stand en wordt het standpunt van de Inspecteur bevestigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de tariefsverlaging geldt niet voor grond zonder fundering.

Uitspraak

6 december 2013
nr. 12/05062
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 15 februari 2013, nr. AWB 12/718, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1.Het geding in feitelijke instantie

Belanghebbende heeft ter zake van de verkrijging van een onroerende zaak op aangifte een bedrag aan overdrachtsbelasting voldaan. Belanghebbende heeft tegen de voldoening van dit bedrag bezwaar gemaakt en verzocht om teruggaaf, welk verzoek bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen.
De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft bij twee geschriften een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 26 juli 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten van belanghebbende slagen niet op de gronden weergegeven in het heden in de zaak met nummer 12/05060 gewezen arrest, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.