Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
Op 15 oktober 2013 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 oktober 2011. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bij schriftuur voorgesteld door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en eerdere jurisprudentie (HR 6 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU5444).
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier. Het vonnis werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.