Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ontoereikend heeft gemotiveerd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat uit de opbrengst van tenminste één geslaagde oogst uit elk van de drie hennepkwekerijen, althans dat het Hof de afwijking van het op dit punt uitdrukkelijk onderbouwde standpunt ontoereikend heeft gemotiveerd.
[b-straat 2][betrokkene] is primair van mening dat het politiewerk in deze zaak prutswerk is.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
tweede middelhoudt in dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten de inhoud van de wettige bewijsmiddelen te vermelden waaraan het Hof de schatting van het op geld waardeerbare voordeel heeft ontleend, althans dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten met een voldoende mate van nauwkeurigheid de inhoud van de wettige bewijsmiddelen aan te geven waaruit de bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gehanteerde uitgangspunten kunnen worden afgeleid.
In beginsel staat geen rechtsregel eraan in de weg om de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitsluitend op de inhoud van een financieel rapport als zojuist bedoeld te doen berusten.
derde middelklaagt dat het Hof ten onrechte heeft volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is overschreden (zonder de betalingsverplichting te reduceren).
Redelijke termijn.
vierde middelbehelst – als ik het wel heb - de klacht dat het Hof niet begrijpelijk het wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van de hennepkwekerij op het adres [b-straat 2] heeft vastgesteld op een bedrag van € 54.233,60 (zijnde de opbrengst van twee oogsten), terwijl het Hof, naar het heeft overwogen, het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vaststellen op de opbrengst van één oogst op elk van de drie adressen en uit de aanvulling op het verkort arrest blijkt dat de opbrengst van één geslaagde oogst op het adres [b-straat 2] moet worden geschat op € 27.116,80.
“Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 54.233.60+
BESLISSING
BESLISSING
€ 72.035,40 (tweeenzeventigduizend vijfendertig euro en veertig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 72.035,40 (tweeenzeventigduizend vijfendertig euro en veertig cent).”