ECLI:NL:HR:2013:BW0961
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vraagt HvJ EU over btw-vrijstelling en aftrek bij tandprothesenleveringen
Belanghebbende, een tandtechnicus, heeft omzetbelasting voldaan over bepaalde tijdvakken en verzocht om teruggaaf, welke door de Inspecteur zijn afgewezen. De Rechtbank oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende en deels niet. De Hoge Raad behandelt in cassatie de vraag of nationale vrijstellingen voor leveringen van tandprothesen, die het recht op aftrek uitsluiten, verenigbaar zijn met de Zesde richtlijn en de BTW-richtlijn.
De zaak draait om de uitleg van bepalingen in de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Europese BTW-richtlijnen, met name of een belastingplichtige recht heeft op aftrek van voorbelasting wanneer nationale wetgeving een vrijstelling kent die in strijd is met de richtlijn. Tevens wordt onderzocht of invoer en intracommunautaire verwerving van tandprothesen vrijgesteld zijn van btw, afhankelijk van de hoedanigheid van de leverancier en afnemer.
De Hoge Raad concludeert dat deze vragen van recht Europese uitleg behoeven en legt daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst het geding totdat het Hof uitspraak doet.