ECLI:NL:HR:2013:BY1244
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank over deelnemingsvrijstelling en compartimentering in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die 49% van de aandelen hield in twee buitenlandse vennootschappen, kreeg voor het jaar 2007 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag verminderd, maar de rechtbank oordeelde dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was op dividenden die toerekenbaar waren aan 2006 vanwege de compartimenteringsleer.
De Hoge Raad stelt dat bij wetswijzigingen zonder overgangsbepalingen de nieuwe wet onmiddellijk geldt en dat de rechtbank ten onrechte de compartimenteringsleer toepaste om de deelnemingsvrijstelling niet toe te passen op voordelen die na 1 januari 2007 zijn gerealiseerd. De wetgever heeft geen overgangsrecht opgenomen, waardoor de gewijzigde tekst van artikel 13 Wet Pro Vpb 1969 vanaf die datum van toepassing is.
De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank, vermindert de aanslag tot nihil en stelt het verlies van belanghebbende over 2007 vast op € 1.500.209. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting 2007 tot nihil.