In deze zaak stonden twee procedures centraal: een ontbindingsverzoek en een verklaring voor recht betreffende de arbeidsovereenkomst tussen Boss B.V. en een werknemer in Sint Maarten. De kern van het geschil betrof de vraag of de nieuwe arbeidswetgeving, met name artikel 7:668a BW, onmiddellijke werking heeft en daarmee de arbeidsovereenkomst automatisch wordt voortgezet.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 augustus 2023 lichtten partijen hun standpunten toe en beantwoordden vragen van de rechter. Het Gerecht overwoog dat het artikel van de minister geen overgangsregeling bevat en dat de nieuwe wetgeving sinds 1 oktober 2022 van kracht is met onmiddellijke werking. Boss B.V. had rekening kunnen houden met deze wetgeving bij het sluiten van de derde arbeidsovereenkomst in januari 2022.
Het beroep van Boss op het vertrouwensbeginsel, redelijkheid en billijkheid, rechtszekerheid en het voorkomen van een verrassingseffect werd verworpen. Het Gerecht verklaarde voor recht dat de arbeidsovereenkomst niet op 14 juli 2023 is geëindigd en nog voortduurt totdat rechtsgeldig beëindigd. Partijen bereikten na de uitspraak een minnelijke regeling, waarmee de zaken zijn afgedaan.