ECLI:NL:HR:2013:BY3123
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over dekking CAR-verzekering en derdenbeding bij onderaanneming
Alheembouw, onderaannemer bij de bouw van een achtbaan in België, vorderde vergoeding van schade onder de CAR-verzekering die Vekoma had afgesloten. De verzekeraars stelden dat turn key-projecten niet onder de dekking vielen, wat door rechtbank en hof werd bevestigd. Het hof paste de Haviltexmaatstaf toe voor de uitleg van de polis en het derdenbeding, en oordeelde dat Alheembouw geen partij was bij de verzekeringsovereenkomst en dus geen rechten kon ontlenen aan het derdenbeding.
Alheembouw voerde aan dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op dekking op grond van art. 3:35 en Pro 3:36 BW, en dat het derdenbeding haar wel degelijk rechten gaf. De Hoge Raad overwoog dat Alheembouw pas tijdens de procedure kennis nam van de polisvoorwaarden en geen beroep kon doen op vertrouwen gebaseerd op verklaringen van verzekeraars. Ook was het derdenbeding niet aanvaardbaar omdat het geen dekking bood voor turn key-projecten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de polis en het derdenbeding beperkt waren tot projecten waarvoor Vekoma de verzekering had afgesloten. Alheembouw werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Alheembouw wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.