ECLI:NL:HR:2013:BY3126
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- J.C. van Oven
- M.A. Loth
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in geschil over uitvoering echtscheidingsconvenant en dwaling
Deze zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw over de uitvoering van een echtscheidingsconvenant uit 1998, waarbij dwaling en verrekening van vermogensbestanddelen centraal staan.
Het gerechtshof had geoordeeld dat het convenant tot stand was gekomen onder invloed van wederzijdse dwaling, waarbij de vrouw in ieder geval door een summiere vermogensopstelling van de man in dwaling was geraakt. De vrouw had geen akte genomen op een door het hof gestelde termijn, waarna het hof haar verzoek om uitstel afwees.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof van 31 augustus 2010 en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. Het incidentele cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen omdat het hof niet onjuist handelde bij de weigering van het akteverzoek. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling; het incidentele cassatieberoep wordt verworpen.