ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ3491
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Autar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging echtscheidingsconvenant wegens wederzijdse dwaling over ondernemingswaarde
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant van 20 december 1998 tot stand was gekomen onder invloed van een wilsgebrek, met name wederzijdse dwaling over de waarde van de ondernemingen en overige vermogensbestanddelen.
Het hof aanvaardde de waardering van deskundige Van Spaendonck, die de ondernemingen samen waardeerde op circa €3.300.000, aanzienlijk hoger dan de in het convenant opgenomen waarde van circa €1.815.000. Het hof stelde vast dat partijen van een verkeerde veronderstelling uitgingen en dat de vrouw hierdoor benadeeld was. De man kon zijn stelling dat de lagere waarde correct was niet onderbouwen.
De woning en effectendepots werden eveneens onderzocht, waarbij het hof oordeelde dat er geen sprake was van benadeling of wilsgebrek. De man werd veroordeeld tot betaling van €330.000, de helft van het verschil in ondernemingswaarde, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Verder werden partijen opgeroepen nadere specificaties te geven over overige posten zoals de boot, pensioenafstorting en stamrecht.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het interlocutoire gedeelte uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het hof vernietigt het echtscheidingsconvenant wegens wederzijdse dwaling en veroordeelt de man tot betaling van €330.000 met wettelijke rente aan de vrouw.