ECLI:NL:HR:2013:BY8999
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt onjuiste maatstaf bij toepassing artikel 23 Wetboek van Strafvordering
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking genomen waarbij de betrokkene niet werd gehoord in de raadkamerprocedure, met als motief dat het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden indien betrokkene wordt opgeroepen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door te stellen dat het onderzoek "ernstig geschaad kan worden" in plaats van "ernstig wordt geschaad" zoals voorgeschreven in artikel 23, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
De zaak betreft een vordering tot verlof op grond van artikel 552p Sv naar aanleiding van een rechtshulpverzoek uit Estland, waarbij onder meer doorzoekingen en inbeslagnames hebben plaatsgevonden.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Rotterdam om de vordering opnieuw te behandelen met inachtneming van de juiste maatstaf.
De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 22 januari 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling met correcte maatstaf.