ECLI:NL:HR:2013:BZ0520
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van contractuele vergoeding in Ruimte voor Ruimte regeling wegens strijd met WRO en openbare orde
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Horst aan de Maas en een particulier over een vergoeding van €89.957,12 die de gemeente bedong in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling (RvR). De particulier wilde een woning bouwen en sloot daartoe een overeenkomst met de gemeente waarin een betaling was opgenomen voor de voorfinanciering van sloop van agrarische bedrijfsgebouwen.
De gemeente verleende vervolgens een vrijstelling van het bestemmingsplan, maar de particulier weigerde de vergoeding te betalen omdat hij meende dat dit een onaanvaardbare doorkruising van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) was. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering van de gemeente af en verklaarden het beding nietig.
De Hoge Raad bevestigde dat de betalingsverplichting geen onderdeel uitmaakt van het vrijstellingsbesluit en dat de formele rechtskracht van dat besluit niet doorslaggevend is voor de vordering tot betaling. De Hoge Raad oordeelde dat het beding strijdig is met het stelsel van kostenverhaal in de WRO en de Gemeentewet en daarom nietig is. Ook bleek onvoldoende verband tussen sloop en bouw binnen de gemeente. De klachten van de gemeente werden verworpen en de vordering afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de door de gemeente bedongen vergoeding nietig is en de vordering tot betaling wordt afgewezen.