ECLI:NL:HR:2013:CA0399
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor niet naleven leerplichtwet ondanks beperkt toezicht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld wegens het niet naleven van de Leerplichtwet 1969. Verdachte had het wettelijk gezag over zijn zoon, die gedurende het schooljaar 2009-2010 129 uren ongeoorloofd verzuim had bij de school waar hij was ingeschreven.
Het hof stelde vast dat verdachte niet had voldaan aan zijn zorgplicht om te zorgen dat zijn zoon de school geregeld bezocht. Verdachte voerde aan dat hij niet altijd toezicht had en dat de moeder feitelijk de zorg droeg, maar het hof oordeelde dat het feitelijk gezag niet relevant is; het gaat om rechtens bestaand gezag zoals ouderlijke macht. Verdachte slaagde er niet in voldoende te bewijzen dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het schoolverzuim.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor de opgelegde straf van twee weken hechtenis. Het arrest werd gewezen door de Hoge Raad op 21 mei 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twee weken hechtenis wegens het niet naleven van de zorgplicht uit de Leerplichtwet 1969.