ECLI:NL:PHR:2014:2214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest leerplichtzaak wegens onduidelijke bekentenis en verwijst terug
De zaak betreft een leerplichtzaak waarin de verdachte werd veroordeeld wegens het niet inschrijven van haar dochter op een school, in strijd met artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969. Het hof Arnhem-Leeuwarden legde een taakstraf op, maar de verdachte ging in cassatie tegen de bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen op grond van artikel 359, derde lid, Sv, omdat de verklaring van de verdachte niet als een duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis kan worden aangemerkt. De verdachte erkende wel dat haar dochter niet was ingeschreven, maar ontkende het formele gezag over haar dochter, wat essentieel is voor de bewezenverklaring.
Verder is geoordeeld dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte het bewezenverklaarde volledig heeft bekend, en dat de opgave van bewijsmiddelen niet specifiek genoeg was. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op het bestaande beroep.
De zaak bevat tevens een uitgebreide bespreking van de toepasselijkheid van de Leerplichtwet, de vereisten voor vrijstelling en het belang van een duidelijke bekentenis voor toepassing van artikel 359, derde lid, Sv. De Hoge Raad benadrukt dat een beroep op overmacht of culturele bezwaren niet zonder meer tot vrijspraak kan leiden zonder dat aan de formele vereisten is voldaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.