Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
28 januari 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van witwassen van geldbedragen en dure horloges die volgens het hof afkomstig waren uit eigen misdrijven, waaronder bezit van cocaïne en een vuurwapen. Het hof baseerde zijn oordeel op de aanwezigheid van grote geldbedragen en dure horloges in combinatie met drugs en wapens in de woning van de verdachte, en concludeerde dat dit voldoende bewijs vormde voor witwassen.
De verdediging voerde aan dat het enkele voorhanden hebben van opbrengsten uit eigen misdrijf niet automatisch witwassen oplevert zonder handelingen gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst. De Hoge Raad bevestigde dat voor witwassen meer vereist is dan enkel bezit; er moet sprake zijn van gedragingen die gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
In deze zaak kon uit de motivering van het hof niet worden afgeleid dat de gedragingen van de verdachte verder gingen dan het enkel voorhanden hebben van de geldbedragen. Daarom was het oordeel van het hof ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het witwasverdenking en de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het gericht zijn op verbergen van de criminele herkomst en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.