Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
€ 18.402."
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
4 november 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Het hof had het voordeel geschat op € 18.402, gebaseerd op vier oogsten hennep in een periode van veertig weken, waarbij de bruto opbrengst werd verminderd met legaal afgenomen elektriciteitskosten.
De verdediging voerde aan dat de schatting van het voordeel niet voldoende was onderbouwd en dat de kosten van illegaal afgenomen elektriciteit in mindering gebracht moesten worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat er vier oogsten konden zijn geweest en dat de berekeningsmethode redelijk is. Echter, het hof maakte een onjuiste rechtsopvatting door de kosten van illegaal afgenomen elektriciteit niet in mindering te brengen, omdat niet was gebleken dat de betrokkene deze kosten had voldaan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting, waarbij het hof de vordering van Liander N.V. tot vergoeding van illegaal afgenomen elektriciteit in mindering moet brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Dorst en raadsheren de Hullu en Jörg op 4 november 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting met inachtneming van de juiste aftrek van de vordering van Liander N.V.