Conclusie
Nummer19/03217 P
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte de in rechte toegekende proceskosten van benadeelde partijen niet in mindering heeft gebracht op het bedrag waarop het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft geschat.
Ten aanzien van de kosten
[…]
(…)
€ 40.858,30Het hof zal deze aan de benadeelden derden in rechte toegekende vordering, overeenkomstig het bepaalde in artikel 36e, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht, op het geschatte voordeel in mindering brengen.”
Aan alle vereisten, in het bijzonder de aanwezigheid van de causaliteitsband, is in casu voldaan, zodat de verdediging uw hof verzoekt tevens de aan de benadeelde partijen toegekende bedragen ten titel van immateriële schadevergoeding alsook de toegekende wettelijke rente en proceskosten in mindering te brengen.
tweede middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, doordat het hof de stukken van het geding te laat heeft ingezonden.