ECLI:NL:HR:2014:3421

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2014
Publicatiedatum
25 november 2014
Zaaknummer
13/05615
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 SvArt. 6 EVRMArt. 3 OpiumwetEuropees Sociaal Handvest
Verwijzingen
8 uitgaand · 15 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding behandeling strafzaak

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor overtredingen van de Opiumwet, diefstal en vernieling. In hoger beroep werd hij niet-ontvankelijk verklaard. Kort voor de zitting vroeg de raadsvrouw van de verdachte aanhouding van de behandeling vanwege haar deelname aan een landelijke staking van strafrechtadvocaten, gesteund op het stakingsrecht en het recht van de verdachte op bijstand door een raadsman van zijn keuze.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden wees dit verzoek af met de motivering dat het belang van een voortvarende afdoening van de strafzaak en een goede organisatie van de rechtspleging zwaarder wogen dan het belang van de advocaat om te staken. De verdachte en zijn raadsvrouw verschenen niet op de zitting.

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet alle betrokken belangen heeft afgewogen, met name niet het recht van de verdachte op rechtsbijstand door een raadsman van zijn keuze. Hierdoor is de motivering van het afwijzingsbesluit ontoereikend. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij verzoeken tot aanhouding van de behandeling, waarbij zowel het stakingsrecht als het recht op effectieve rechtsbijstand moeten worden meegewogen.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding en wijst zaak terug.

Uitspraak

25 november 2014
Strafkamer
nr. S 13/05615
LBS/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2013, nummer 21/006039-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P. van der Geest, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt onder meer over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2.
Bij de bestreden uitspraak is de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. In eerste aanleg is hij veroordeeld ter zake van − kort gezegd − handelen in strijd met art. 3, onder C, Opiumwet, diefstal door middel van verbreking en vernieling, tot een gevangenisstraf van twee maanden.
2.3.
Het procesverloop is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7. Daaruit blijkt in het bijzonder dat door de raadsvrouwe van de verdachte enige dagen vóór de terechtzitting een verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak is gedaan vanwege haar deelname aan een landelijke staking van strafrechtadvocaten, en voorts dat aan dat verzoek het in art. 6, aanhef en vierde lid, Europees Sociaal Handvest neergelegde stakingsrecht ten grondslag is gelegd alsmede het aan een verdachte in art. 6, derde lid onder c, EVRM toegekende recht zich te laten bijstaan door een advocaat van zijn keuze.
2.4.
Het bestreden arrest houdt het volgende in:
"Verzoek tot aanhouding
De raadsvrouw heeft het hof voorafgaand aan de zitting verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden in verband met een staking van de strafrechtadvocatuur. Deze staking is een reactie op de aangekondigde bezuinigingsvoorstellen van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De raadsvrouw heeft verzocht om aanhouding omdat zij de aangekondigde staking steunt.
Dit verzoek is op voorhand door het hof niet toegewezen. De raadsvrouw is van deze beslissing op de hoogte gesteld en haar is medegedeeld dat het verzoek ter zitting kan worden herhaald. De raadsvrouw en de verdachte zijn niet ter zitting verschenen.
Bij de beoordeling van het verzoek tot aanhouding moet het hof alle betrokken belangen tegen elkaar afwegen, waaronder de belangen van de verdachte en de samenleving bij een voortvarende berechting van de zaak en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Het hof is van oordeel dat die belangen moeten prevaleren boven het belang van een advocaat om te staken. Het hof wijst het verzoek daarom af."
2.5.
Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).
2.6.
Uit de motivering door het Hof van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat het Hof deze afweging van belangen heeft gemaakt. Het Hof heeft kennelijk alleen een afweging gemaakt tussen het belang van de raadsman om te staken en het belang van een voortvarende afdoening van de strafzaak, terwijl het niet is ingegaan op het aan het aanhoudingsverzoek mede ten grondslag gelegde recht van de verdachte op rechtsbijstand door een raadsman van zijn keuze. Daarom is de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting ontoereikend gemotiveerd.
2.7.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2014.