Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
In cassatie is uitsluitend aan de orde de vraag of [verweerder 1] voor de toepassing van het subrogatieverbod van art. 7:962 lid 3 BW Pro dient te worden aangemerkt als een persoon die in dienst staat tot dezelfde werkgever als [betrokkene]. Zowel de rechtbank als het hof heeft die vraag bevestigend beantwoord, en op die grond de vordering van Anderzorg afgewezen.
4.Beslissing
28 november 2014.