Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 december 2014.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 november 2013 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. B.P. de Boer een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte voor het onderdeel van het beroep dat betrekking had op het tweede tenlastegelegde feit en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van verdachte reageerde schriftelijk op de conclusie van de Advocaat-Generaal. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en verklaart het beroep voor het onderdeel betreffende het tweede tenlastegelegde niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 2 december 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en deels niet-ontvankelijk verklaard.