Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof het ten aanzien feit 1 gevoerde verweer, inhoudende dat de verdachte zijn rijbaan niet heeft verlaten, althans dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2], ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, althans dat het hof de bewezenverklaring van feit 1 onvoldoende heeft gemotiveerd.
(i) Een op 19 februari 2012 bij de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 1], voor zover inhoudende:
NJ2013/55. [5] In die zaak had het hof aangenomen dat de verdachte door met zijn auto achteruit te rijden, terwijl hij wist dat twee politieambtenaren zich op (zeer) korte afstand achter zijn auto bevonden, bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de politieambtenaren daardoor zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen. Dit oordeel bleef in cassatie in stand. In de overwegingen van het hof in de voorliggende zaak, in samenhang bezien met de gebezigde bewijsmiddelen, ligt als het oordeel van het hof besloten dat de verdachte door een abrupte stuurbeweging naar rechts te maken en daarbij met zijn auto de Honda te raken, waarna die Honda “in instabiliteit” is geraakt c.q. is gaan slingeren, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de inzittenden van de Honda ([betrokkene 1] en [betrokkene 2]) zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, terwijl het, in het licht van hetgeen de raadsman van de verdachte heeft aangevoerd, toereikend is gemotiveerd. [6]