Overweging: De verdachte heeft naar voren gebracht dat de kosten van de Volkswagen Golf zijn betaalduit bijdragen aan zijn zoon [betrokkene 4] ter gelegenheid van diens 18e verjaardag.
Dit was in totaal € 42.000, -. Ook de kosten van het feest zouden daaruit zijn voldaan. De verklaringenvan de zoon van verdachte, [betrokkene 4], en [betrokkene 3], eigenaar van het restaurant waar het feest isgehouden, zouden een en ander moeten bevestigen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Hoewel van het beweerdelijke feest geen enkele foto door de verdachte is overgelegd, gaat het hof er vanuit dat wel sprake is geweest van een feest, alwaar door gasten bijdragen zijn gedaan voor dieverjaardag. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat ter gelegenheid van dit feest door de gastenbijdragen zijn gedaan, die in totaal € 42.000, - bedroegen, welk bedrag vervolgens is aangewend voor deaanschaf van de Volkswagen Golf en de met die aanschaf samenhangende kosten en acht de door deverdachte op dit punt gegeven verklaring zo onwaarschijnlijk dat ze bij de vorming van hetbewijsoordeel zonder meer terzijde behoort te worden gesteld. Allereerst geldt in dat verband dat dit eendermate hoog bedrag is, ook indien wordt uitgegaan van - zoals de getuige [betrokkene 4] heeftverklaard (bij politie op 11 augustus 2008) - de aanwezigheid van klasgenootjes en oude bekenden: intotaal zo 'n 180 tot 200 mensen, dat dit nadere onderbouwing van de verdachte vergt. De verdachte heeftweliswaar een aantal verklaringen overgelegd van personen die stellen een bijdrage voor de verjaardagte hebben gegeven, echter daarin is niet aangegeven welk bedrag door hen geschonken zou zijn.Verder is deze toedracht ongeloofwaardig, omdat er een groot aantal verschillen zijn waar te nemen inde verklaringen die de verdachte op dit punt heeft afgelegd en de verklaringen dienaangaande die zijnafgelegd door zijn zoon [betrokkene 4] en [betrokkene 3], eigenaar van de locatie waar het feest zou zijngehouden en iemand die de verdachte al 15 jaar als regelmatige klant kent (politieverhoor 23 juli 2010,aanvulling B03 p. 16).
Zo heeft de verdachte verklaard dat hij ten behoeve van de bijdragen een bak had gemaakt met plexiglasen een gleuf erin (8e verhoor politie, 1 oktober 2010, aanvulling B03 p.37) , terwijl [betrokkene 3] heeftverklaard dat het een houten kist betrof met glazen zijkanten en bovenkant (politieverhoor 23 juli 2010,aanvulling B03 p. 16.) In die respectieve verklaringen spreekt de verdachte over het feit dat in de bakalleen kaartjes en enveloppen zaten en geen los geld, terwijl [betrokkene 3] heeft verklaard dat er meestal losgeld in ging en dat soms van stapeltjes briefgeld werd afgeteld en dan in de kist werd gedaan.Verder heeft [betrokkene 4] verklaard (verhoor politie 11 augustus 2010, aanvulling B03 p. 27) dat nahet feest zijn moeder (het hof begrijpt bij wie [betrokkene 4] niet woonde) de kist had meegenomen, dathij het geld de dag erna heeft geteld en dat het € 42.000, - was, dat hij dat bedrag heeft bewaard in zijnbureau en dat het bedrag voor het feest niet van die € 42.000 is afgegaan. De verdachte heeft ineerdergenoemde verklaring echter verklaard dat hij met de bak geld naar huis is gelopen en dat van die€42.000,- de rekening van het feest is betaald. Volgens de verklaring van [betrokkene 3] (zie hiervoor)bedroeg die rekening € 5.174,45 alsmede ongeveer €500,- voor een deejay.Op grond van al deze verschillen concludeert het hof dat verklaringen van de verdachte, zijn zoon en[betrokkene 3] geen weergave zijn van de werkelijkheid, zodat aan die verklaringen geen geloof kan wordengehecht.
Daarnaast geldt dat de verdachte, en niet zijn zoon [betrokkene 4], geacht moet worden eigenaar te zijn van deVolkswagen Golf. Hiertoe geldt het volgende, zoals dat hierboven al is vermeld.De getuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij de bewuste auto namens de verdachte heeft laten importeren endat de verdachte opdrachtgever en eigenaar van het voertuig was, terwijl de verdachte hem daarvoor(inclusief importkosten en BPM) rond de €30.000,- heeft betaald in coupures van €20,- en €50,-, terwijlhij de formulieren van de auto aan de verdachte heeft gegeven (politieverklaring 18 juni 2010, B 03p. 115 e.v.).