Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beslissing
16 december 2014.
Hoge Raad
Op 4 juli 2012 reed verdachte op de Hoofdweg te Capelle aan den IJssel met een snelheid van minstens 102 km/u, terwijl de maximumsnelheid 50 km/u bedroeg. Hij was betrokken in een wedstrijdachtige achtervolging en negeerde een rood verkeerslicht op een kruising, waar hij een fietser met groen licht aanreed, die ter plaatse overleed.
Het hof stelde vast dat verdachte bekend was met de verkeerssituatie en dat zijn zicht op de kruising deels werd belemmerd door een stilstaande auto. Verdachte had eerder al een educatieve maatregel opgelegd gekregen wegens agressief rijgedrag en was zich bewust van de risico's. Het hof kwalificeerde het rijgedrag als roekeloos in de zin van artikel 6 jo Pro. artikel 175 Wegenverkeerswet Pro 1994.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en oordeelde dat het hof zijn motivering voldoende had onderbouwd. De Hoge Raad benadrukte dat roekeloosheid een zeer ernstig gebrek aan zorgvuldigheid vereist, waarbij bewust en lichtzinnig onaanvaardbare risico's worden genomen. Het beroep van verdachte werd verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte roekeloos heeft gereden door met hoge snelheid door rood licht te rijden, wat leidde tot een dodelijk verkeersongeval.