Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 24 januari 2013, nr. 11/00097, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende was in 2008 in loondienst en beschikte over een auto van de zaak, waarmee hij 6000 kilometer privé heeft gereden. De Inspecteur nam het voordeel van het privégebruik van de auto in aanmerking bij de aanslag inkomstenbelasting op basis van artikel 13bis Wet LB 1964.
De Rechtbank en het Gerechtshof bevestigden deze aanslag en de toepassing van artikel 13bis. Belanghebbende stelde in cassatie dat artikel 13bis niet rechtsgeldig was, omdat de formele wetgever niet bevoegd zou zijn geweest om deze waarderingsregels in te voeren.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat de delegatie van bevoegdheid in artikel 13 lid 2 Wet Pro LB 1964 niet was ingetrokken en dat artikel 13bis rechtsgeldig is. De overige klachten faalden eveneens. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.