Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
non-discriminatiebeginsel, omdat de regeling met ingang van 2008 een verschillend bijtellingspercentage voorschrijft waarvan de hoogte afhankelijk is van het gehalte aan C02-uitstoot van de auto. Hierdoor is sprake van een verboden discriminatie:
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving en commentaar
non-discriminatiegebod. Ook hiermee is het hof snel klaar: in Rechtbank Den Haag 13 april 2010, nr. 09/08059, NTFR 2010/1351 zijn de argumenten gegeven waarom voor de differentiatie naar CO2–uitstoot een rechtvaardiging bestaat. Het cassatieberoep tegen die uitspraak is in HR 22 april 2011, nr. 10/02250, NTFR 2011/915, met toepassing van art. 81 Wet Pro RO afgedaan. Hof Amsterdam neemt de overwegingen van Rechtbank Den Haag (NTFR 2010/1351) over. Ten slotte verdedigt de belastingplichtige dat er sprake is van discriminatie bij de BPM-toeslag voor dieselauto’s die doorwerkt in de bijtelling. Ook dit onderscheid acht het hof te rechtvaardigen.