Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.Slotsom
8 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift gepleegd tussen oktober 1995 en mei 1996. De Hoge Raad beoordeelde ambtshalve of de vervolging niet was verjaard.
De Hoge Raad stelde vast dat sinds de wetswijziging in 2006 de stuiting van de verjaring niet meer vereist dat de vervolging bekend is bij de verdachte. Uit de stukken bleek dat een mededeling van het ressortsparket op 22 februari 2012 aan de verdachte was uitgereikt, die als stuiting diende. Deze mededeling was echter pas in december 2011 uitgeprint, terwijl in de twaalf jaren daarvoor geen daad van vervolging was verricht.
Een zogenoemde VIP-controle, bedoeld om de verdachte kennis te laten nemen van een gerechtelijke mededeling, kan niet als stuiting worden aangemerkt. Gezien de verjaringstermijn van zes jaren voor het misdrijf was het recht tot strafvordering vervallen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verklaarde de vervolging niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de vervolging niet-ontvankelijk wegens verjaring.