Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2013, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan zijn adres was toegewezen. De advocaat van betrokkene heeft een middel van cassatie ingediend, dat door de Advocaat-Generaal is bestreden met een conclusie tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom is het middel niet ontvankelijk voor inhoudelijke behandeling.
Op 26 mei 2015 heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Hiermee is de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.