Conclusie
eerste middelklaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 3] , [getuige 2] , [getuige 4] en [getuige 5] .
“De verzoeken tot het horen van getuigen
Daar staat tegenover dat de wetgever heeft gekozen voor een afzonderlijke behandeling van de ontnemingsvordering, die uitmondt in een afzonderlijke uitspraak. Aan deze keuze ligt een aantal redenen ten grondslag.
Daartoe behoort dat de wetgever wilde beklemtonen dat de ontnemingsmaatregel een afzonderlijke maatregel is, die geen deel uitmaakt van een afgewogen sanctiepakket. Ook biedt een afgescheiden procedure de mogelijkheid bijzondere procedurele voorzieningen te treffen en kan daarmee worden voorkomen dat het financiële onderzoek, dat tijdrovend kan zijn, leidt tot vertraging in de afdoening van de hoofdzaak. De omstandigheid dat de ontnemingszaak is afgescheiden van de hoofdzaak berust aldus op een keuze van de wetgever.
Ook bij de behandeling van het hoger beroep is sprake van een van de hoofdzaak afgescheiden procedure. Dat betekent dat ook bij de toepassing van procedurele voorschriften, waaronder die die ten aanzien van het horen van getuigen, onderscheid moet worden gemaakt tussen de hoofdzaak en de ontnemingsprocedure.
tweede middelklaagt over de verwerping van het als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt voorgedragen verweer dat het ontnemingsbedrag voor de helft voor rekening komt van [getuige 1] aangezien zij als de partner van de betrokkene heeft mee geprofiteerd van de wederrechtelijk verkregen inkomsten.
“De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
- hennepteelt en be-/verwerking van hennep in de periode van 1 januari 2009 tot en met 1 mei 2009 (feit 1);
- het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep op 19 mei 2009 (feit 2);
- gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 19 mei 2009 van een aantal met name genoemde voorwerpen (feit 3);
- (mede) gebruik maken van een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie bij de aanvraag van een hypothecaire lening in maart 2006.