Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:1454

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2015
Publicatiedatum
2 juni 2015
Zaaknummer
14/02571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onbegrijpelijke niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep

Verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de Politierechter, waarbij een grievenformulier was ingediend met de verklaring dat hij onschuldig was en niet bij de zitting aanwezig was. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat hij geen schriftelijke grieven had ingediend en niet mondeling was verschenen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel van het hof niet begrijpelijk was, omdat het grievenformulier wel degelijk was ingediend en tijdig ontvangen.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Hiermee wordt de procedure hervat met inachtneming van de juiste ontvankelijkheidsregels. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van de ontvankelijkheid en het recht van verdachte op hoor en wederhoor.

De beslissing is genomen door de strafkamer van de Hoge Raad op 2 juni 2015, waarbij drie raadsheren het arrest hebben gewezen. De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het hof, waarbij het hoger beroep inhoudelijk zal worden beoordeeld.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege een onbegrijpelijke niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep.

Uitspraak

2 juni 2015
Strafkamer
nr. 14/02571
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 mei 2014, nummer 22/005895-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.P. Zwaanswijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
2.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2014 houdt het volgende in:
"De verdachte, gedagvaard als:
naam: [verdachte],
voornamen: [voornaam verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats].
is niet ter terechtzitting verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. C.P. Zwaanswijk, advocaat te 's-Gravenhage. De raadsman verklaart niet gemachtigd te zijn de verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor en vordert, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch heden ter terechtzitting is verschenen, dat de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Na sluiting van het onderzoek door de voorzitter doet het gerechtshof terstond uitspraak.
Aantekening mondeling arrest
(...)
Ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep."
2.3.
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een "akte instellen hoger beroep", inhoudende dat op 21 december 2012 door mr. C.P. Zwaanswijk namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag van 20 december 2012. Aan deze akte is gehecht een "Grievenformulier Hoger Beroep" dat blijkens een daarop geplaatst stempel op 21 december 2012 bij de centrale balie van het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage is ingekomen. Dit grievenformulier staat op naam van de verdachte en op het formulier is aangekruist dat de verdachte om de volgende redenen in hoger beroep komt: "Ik ben niet bij de zitting aanwezig geweest" en voorts, "Ik ben onschuldig."
2.4.
Gelet op het voorgaande is het oordeel van het Hof dat de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
2.5.
Het middel slaagt.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juni 2015.