Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 juni 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het verwerven en voorhanden hebben van een motorblok waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf was verkregen. Het hof baseerde zich op politieprocessen-verbaal, technisch onderzoek van het voertuig en de verklaring van de verdachte over de aankoop via Marktplaats en Whatsapp.
De verdachte gaf aan het motorblok te hebben gekocht van een man zonder bekende naam of adres, bij een flatgebouw in Rijswijk. Hij verklaarde dat hij bewust een duurder motorblok had gekocht en dat hij het frame en motorblok had samengevoegd tot een bromfiets. De raadsman voerde aan dat de verdachte niets wist van de herkomst van het motorblok en dat het ontbreken van een precies adres geen reden was voor een vermoeden van strafbaarheid.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het motorblok door misdrijf was verkregen, onvoldoende gemotiveerd is in het licht van de door verdachte en zijn raadsman aangevoerde omstandigheden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.