Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans met een ontoereikende motivering, het ten laste gelegde bewezen heeft verklaard.
Merk: Suzuki
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens schuldheling van een motorscooter die gestolen bleek te zijn. De motorscooter was voorzien van een vals kenteken en een vals voertuigidentificatienummer (V.I.N.), terwijl het originele V.I.N. was weggelakt. De verdachte had de scooter gekocht voor een relatief lage prijs van €600, wat door het hof als een 'koopje' werd gezien.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden bewezen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de scooter gestolen was. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de verdachte ernstig tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht naar de herkomst van het voertuig, wat aanmerkelijke onvoorzichtigheid opleverde die voldoet aan de vereisten voor schuldheling volgens art. 417bis Sr.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was, ondanks dat het hof geen uitgebreide motivering gaf over de marktwaarde van de scooter of de zichtbare staat ervan bij verwerving. Ook werd gewezen op eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare bewijsvoering werd geaccepteerd. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte voor schuldheling van een gestolen motorscooter met een gevangenisstraf van twee weken.