Conclusie
eerste middelkomt op tegen de bewijsmotivering van het onder 3 bewezen verklaarde, voor zover het de periode betreft waarin de smaad is begaan.
tweede middelkomt op tegen twee door het hof gestelde bijzondere voorwaarden en klaagt over het bevel dat de gestelde algemene en bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
Reclassering Nederlanden zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven;
meldtbij de reclassering, Leger des Heils, Dr. Berlagelaan 1 te Eindhoven;
geen contactzal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met de aan verdachte bekende en bij een algeheel contactverbod belanghebbende personen [betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , [betrokkene 4] , geboren [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] en [betrokkene 5] , geboren [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , een en ander met dien verstande dat onder dit contactverbod niet vallen contacten van of door tussenkomst van de advocaat van verdachte met genoemde personen of contacten met bovengenoemde personen die plaatsvinden door tussenkomst van instanties die betrokken zijn bij de omgangsprocedure of andere gerechtelijke procedures;
niet zal ophoudenin de directe nabijheid - te weten binnen een straal van 200 meter - van de woning van voornoemde [betrokkene 1] , op het moment van het wijzen van dit adres gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] ;
ambulante behandelingbij De Omslag (forensische polikliniek van de GGzE) of een soortgelijke instelling/voorziening;
op geen enkele wijze uit(in woord, geschrift of beeld, waaronder begrepen alle moderne media) over zijn ex-partner [betrokkene 1] en/of (één van) zijn kinderen [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] , met dien verstande dat veroordeelde zich omtrent zijn voornoemde ex-partner en kinderen mag uiten ten behoeve van de lopende en komende gerechtelijke procedures, alsmede voor zover het betreft de gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en andere instanties, die bij de procedures betrokken zijn. Hierbij wordt wel bepaald dat veroordeelde zich zakelijk en correct dient uit te laten over zijn ex- partner en kinderen.
in de eersteplaats over geklaagd dat twee door het hof gestelde bijzondere voorwaarden ontoelaatbaar zijn. Het gaat de steller van de middelen om het contactverbod en het uitingsverbod. Geklaagd wordt dat voor beide bijzondere voorwaarden geldt dat deze te vaag en te ruim zijn geformuleerd en dat de verdachte hierop zijn gedrag niet redelijkerwijs kan afstemmen. Het uitingsverbod neigt volgens de steller van het middel “tot aan het absurde”, omdat de verdachte ook niet met familie, vrienden, een arts of psycholoog over zijn kinderen zou mogen praten. Bovendien lijken de voorwaarden een verkapte omgangsregeling te behelzen, terwijl het hof niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom het de kinderen in de voorwaarden heeft betrokken; de veroordeling ziet immers op verdachtes ex-partner, aldus het middel.
op geen enkele wijze uit(in woord, geschrift of beeld, waaronder begrepen alle moderne media) over zijn ex-partner [betrokkene 1] en/of (één van) zijn kinderen [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] , met dien verstande dat veroordeelde zich omtrent zijn voornoemde ex-partner en kinderen mag uiten ten behoeve van de lopende en komende gerechtelijke procedures, alsmede voor zover het betreft de gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en andere instanties, die bij de procedures betrokken zijn. Hierbij wordt wel bepaald dat veroordeelde zich zakelijk en correct dient uit te laten over zijn ex- partner en kinderen.”
Ten tweedeklaagt het middel over het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de algemene en bijzondere voorwaarden.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, omdat de stukken vanuit het hof te laat zijn ingekomen bij de Hoge Raad.