Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de gestelde bijzondere voorwaarde ontoelaatbaar is, omdat deze vaag is, het naleven daarvan deels afhankelijk is van het gedrag van derden en inbreuk maakt op het door art. 8 EVRM Pro gewaarborgde recht op privé-, familie- en gezinsleven.
bepaaldepersonen of instellingen. Het spreekt vanzelf dat voor de veroordeelde duidelijk moet zijn of een persoon met wie hij contact heeft onder de reikwijdte van het contactverbod valt. De veroordeelde zal aan de hand van de omschrijving van de voorwaarde in staat moeten zijn zijn gedrag daarop af te stemmen.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht [8] heeft bevolen.
- het bevel dat de in de bestreden uitspraak vermelde voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
en tot verwerping van het beroep voor het overige.