Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld voor meerdere berovingen gepleegd in Curaçao, waarbij hij onder bedreiging met geweld geld wegnam uit verschillende winkels. Het bewijs bestond uit verklaringen van aangeefsters en getuigen, ondersteund door fotoconfrontaties en een herkenning van de modus operandi.
De verdediging stelde dat de bewezenverklaring onvoldoende was omdat deze uitsluitend steunde op verklaringen van één getuige per feit. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof voldoende motivering had gegeven door de gelijkenissen in werkwijze en locatie, waardoor de verklaringen voldoende steun vonden.
De Hoge Raad constateerde echter dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot een ambtshalve strafvermindering van zes maanden. De strafoplegging werd vernietigd voor zover het de strafduur betrof en de gevangenisstraf werd verminderd tot vijf jaar en zes maanden.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.