Conclusie
eerste middelwordt geklaagd dat artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC, conform SvNA) de aanvulling van bewijsoverwegingen niet toelaat bij een bevestiging van het vonnis.
tweede middelbevat de klacht dat het hof de betrokkenheid van verdachte bij de feiten 2 en 3 heeft doen steunen op de verklaring van één getuige, zodat de bewezenverklaring van die feiten ontoereikend is gemotiveerd. Anders dan het hof heeft geoordeeld kan de bewijsconstructie volgens de steller van het middel niet geheeld worden door het gebruik van schakelbewijs.
Ik zag hoe mijn collega naar de geldkassa liep, geld daaruit haalde en aan de man gaf. Hierna zag ik hoe de man over de balie hing en geld uit de kassa pakte. (AG: doorhaling van mijn hand, in verband met de verbetering die het hof heeft aangebracht in de bewijsconstructie)
derde middelwordt geklaagd over de verwerping van het verweer tegen de bruikbaarheid van de resultaten van de meervoudige fotoconfrontatie als bewijs. Bij het hof heeft de raadsvrouw betoogd dat de bewijswaarde van de resultaten van de fotoconfrontaties nihil is, omdat de foto’s simultaan in plaats van sequentieel zijn getoond en voorts omdat – kort gezegd – niet duidelijk is of de fotoconfrontaties volgens de regelen der kunst zijn uitgevoerd. In het bijzonder vond de raadsvrouw dat de foto’s niet allemaal even goed voldeden aan de opgegeven signalementen. Het gerecht in eerste aanleg heeft hierop als volgt gerespondeerd: