Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te Groningen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
(rov. 4.6)
4.Beslissing
16 januari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft de bevoegdheid van de curator in het faillissement van verzoeker om op grond van artikel 58 lid 1 Faillissementswet Pro een termijn te stellen aan SNS Bank om tot executie van de woning over te gaan, en bij gebreke daarvan zelf de woning op te eisen en te verkopen. Verzoeker betoogde dat deze termijnstelling en verkoop hem ernstig benadeelt, omdat hij met zijn gezin op straat komt te staan en er sprake is van onderwaarde van de woning.
De rechter-commissaris gaf een bevel aan de curator om na te laten de woning op te eisen en te verkopen, omdat verwacht werd dat verkoop geen boedelactief oplevert en verzoeker een te respecteren belang heeft. De rechtbank vernietigde dit bevel en stond de curator toe de woning op te eisen en te verkopen, omdat de boedel negatief was en verkoop noodzakelijk voor de faillissementskosten.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank miskend heeft dat de curator geen rechtens te respecteren belang heeft bij de verkoop, omdat SNS Bank de executie niet ongebruikt zal laten en er geen opbrengst voor de boedel te verwachten is. De uitoefening van de bevoegdheid door de curator leidt tot misbruik van bevoegdheid gezien de onevenredigheid van de belangen. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof wegens misbruik van bevoegdheid door de curator.