Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
14 juni 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor witwassen van grote contante geldbedragen die hij en zijn vriendin bij zich droegen bij vertrek vanaf Schiphol naar Turkije. Het hof Arnhem-Leeuwarden legde een taakstraf van 240 uur op, subsidiair 120 dagen hechtenis.
In cassatie klaagde de verdachte over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel gegrond was en dat dit moest leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verminderde de taakstraf tot 228 uur en de vervangende hechtenis tot 114 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafzaken en de gevolgen van overschrijding daarvan voor de strafoplegging.
Uitkomst: De taakstraf werd verminderd tot 228 uur en de vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.