ECLI:NL:PHR:2017:537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen witwassen met Duitse loterij omwisselconstructie
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van witwassen van ongeveer €470.562,-, verkregen via een omwisselconstructie rondom een Duitse loterijprijs. Het hof achtte bewezen dat verdachte samen met een ander de herkomst van het geldbedrag had verhuld en dat het afkomstig was uit enig misdrijf, mede omdat verdachte geen aannemelijke verklaring gaf voor de herkomst van het geld.
De Hoge Raad bevestigde dat het bewijs voor het bestanddeel 'afkomstig uit enig misdrijf' toereikend was gemotiveerd, waarbij het hof terecht uitging van feiten en omstandigheden die het vermoeden van witwassen rechtvaardigen. De verdachte had zich beroepen op zijn zwijgrecht en geen verifieerbare verklaring gegeven. De Hoge Raad wees ook op de rechtspraak dat niet vereist is dat het misdrijf nauwkeurig wordt aangeduid, maar dat het vermoeden op grond van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte een proeftijd van drie jaar had vastgesteld, terwijl de toen geldende wettelijke bepalingen een maximale proeftijd van twee jaar voorschreven. Deze misslag werd door de Hoge Raad hersteld. Het cassatieberoep werd verder verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
De zaak illustreert de toepassing van het bewijsstelsel bij witwassen, waarbij het ontbreken van een aannemelijke verklaring door de verdachte kan leiden tot de conclusie dat hij wist dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De omwisselconstructie met de Duitse loterij en de contante stortingen werden als bewijs gebruikt om de witwaspraktijken aan te tonen.
Uitkomst: Bevestiging veroordeling witwassen circa €470.562 met proeftijd gecorrigeerd naar twee jaar