Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof in strijd met de artikelen 315, 328, 331, eerste lid jo. 415 Sv en art. 6 EVRM Pro het verzoek van de verdediging tot het horen van getuige [getuige] heeft afgewezen, althans dat de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot het horen van deze getuige onbegrijpelijk is.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het ten laste gelegde witwassen ten onrechte bewezen heeft verklaard, althans dat de motivering van deze bewezenverklaring onbegrijpelijk is.