Uitspraak
1.Procesgang en bestreden uitspraak
2.Het cassatieberoep
3.Wettelijk kader en wetsgeschiedenis
4.Beoordeling van het middel
derde lid, van de WAHV gegeven beleidsregels betreffende de uitoefening van zijn bevoegdheid tot sanctieoplegging. Verder maakt de WAHV (in de artikelen 5, 5a en 5b) het mogelijk dat, zonder dat de betrokkene in de gelegenheid is geweest om zodanige bijzondere omstandigheden naar voren te brengen, sanctieoplegging kan plaatsvinden. Het gaat hier om een niet gering aantal van het totaal van de in het kader van de WAHV opgelegde sancties, waarbij louter op basis van de vaststelling dat de gedraging is verricht en het niet gebleken zijn van bijzondere omstandigheden die zich daartegen verzetten, een sanctie wordt opgelegd. In een zodanig geval heeft de betrokkene eerst in het kader van het administratief beroep tegen de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd de gelegenheid om bijzondere omstandigheden naar voren te brengen die meebrengen dat het opleggen van de sanctie niet billijk is. Daarnaast kent de WAHV, op de voet van artikel 2, derde lid, voor elke gedraging vastgestelde sanctiebedragen. De aangewezen ambtenaar heeft niet de bevoegdheid om een ander sanctiebedrag te bepalen.
6.Beslissing
16 februari 2016.