Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Beoordeling van de overige middelen
5.Slotsom
6.Beslissing
13 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor laster en smaad wegens het verspreiden van onware aantijgingen over politieambtenaren en een derde persoon. Het hof stelde vast dat de verdachte met het kennelijke doel ruchtbaarheid te geven, deze aantijgingen aan meerdere personen in haar omgeving had medegedeeld.
De verdediging voerde aan dat de uitlatingen slechts aan een beperkte kring waren gedaan en niet met het doel om ruchtbaarheid te geven. De Hoge Raad oordeelde dat 'ruchtbaarheid geven' ook kan gelden bij mededeling aan een kleine groep, mits het kennelijke doel is dat de informatie verder wordt verspreid.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden vanwege late aanlevering van stukken door het hof, wat leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 naar 162 uren, met een evenredige vermindering van de vervangende hechtenis.
De overige middelen werden verworpen, en de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de verdachte met het kennelijke doel ruchtbaarheid te geven handelde. Het arrest werd gewezen op 13 december 2016 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor laster en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.