Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor mensenhandel door het medenemen van een vrouw met het oogmerk haar in Duitsland te laten werken als prostituee.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte de vrouw meerdere malen vanuit Nederland naar Duitsland bracht zodat zij daar seksuele handelingen tegen betaling kon verrichten. Dit werd gekwalificeerd als mensenhandel op grond van artikel 273f, eerste lid, onder 3°, Sr.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest (ECLI:NL:HR:2016:857) waarin is bepaald dat uitbuiting een impliciet bestanddeel is van mensenhandel en dat dit uit de bewijsvoering moet blijken. In deze zaak kon uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat sprake was van uitbuiting.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. De zaak wordt daarmee niet inhoudelijk beslist maar opnieuw beoordeeld.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken bewijs voor uitbuiting en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.